Geschiedenis van het gebied

Over land veroveren

De noordelijke IJ-oever heeft een bijzondere geschiedenis. Een geschiedenis van stukje bij beetje land veroveren op het water. Het begint allemaal in de Middeleeuwen. Zeedijken beschermen het gebied ten noorden van Amsterdam tegen het water. Op de Dam hangt de stad haar misdadigers op om ze vervolgens op de schrale, omdijkte landtong Volewijk, aan de bevolking te tonen. Tot 1795 ligt op de westhoek de galgenput.

De stad groeit en ook de handel. Om Amsterdam beter bereikbaar te maken, wordt het Noordhollandsch Kanaal gegraven, gereed in 1825. De gemeente heft tol aan dit kanaal; het Tolhuis herinnert hier nog aan. De haven en de grachten van de stad worden door baggeren op diepte gehouden. De baggerspecie stort men aan de noordelijke IJ-oever, maar door getijdewerking stroomt het terug in de vaargeul. In 1848 wordt daarom een polderdijk aangelegd en het stuk land wordt drooggemalen. Zes boerderijen en huis Den Ham vinden er hun bestemming, de Buiksloterham is geboren.

De feestelijke ingang van het ENTOS-terrein: de Eerste Nederlandsche Tentoonstelling op Scheepvaartge-bied. Het terrein lag aan het begin van de Ranonkelkade. 1913. (Bron: Gemeentearchief)

Steeds grotere zeeschepen dwingen tot het graven van een directe verbinding met de Noordzee. In 1876 wordt het Noordzeekanaal geopend. Nieuw land wordt ingepolderd, zoals de Noorder IJ-polder en de Nieuwendammerham. De industrie trekt geleidelijk uit de overvolle binnenstad naar de opgehoogde Graswegstrook en de nieuwe oevers van het IJ. Ook scheepswerven en aanverwante industrie vinden hier een plek. Arbeiderswoningen bouwt men in een schil om de bedrijventerreinen heen. Zo ontstaat de Noordelijke IJ-oever: verschillende kleine ingepolderde gebieden, elk met een eigen hoogteligging, wegen- en waterstelsel.

In 1913 bouwt de Bataafsche Petroleum Maatschappij – het latere Koninklijke Shell Laboratorium Amsterdam - een klein laboratorium op het zuidelijk deel van de Buiksloterham. Het bedrijf breidt steeds verder uit, in 1938 koopt Shell het ENTOS-terrein, een deel van de Tolhuistuin, het IJ-paviljoen en de jachthaven. Nadat het Buiksloterkanaal is gegraven, ontstaat het zo kenmerkende Shell-eiland met de opvallende toren Overhoeks.

Badinrichting Obelt met een vrouwen- en mannenbad en een wedstrijdbad met springtoren. Op de achtergrond één van de vijf grote opslagtanks voor olieproducten van het verkooppunt van Shell (1925, bron: KLM-aerocarto)

Tijdens de eerste dagen van de Tweede Wereldoorlog steken Engelse Commando’s de vijf olietanks in brand. Ook wordt Noord per ongeluk gebombardeerd door geallieerden en vernielt de bezetter op grote schaal de haven, werven en dok. Na de bevrijding krabbelt de industrie langzaam weer overeind. Er is veel werk door de grote vraag naar schepen, bouwwerken, machines en kleding. Dat gaat tientallen jaren goed, tot in de jaren zeventig tot negentig veel grote bedrijven moeten sluiten. Braakliggend terrein is het gevolg. De nieuwe plannen voor de noordelijke IJ-oever geven zicht op een nieuwe toekomst. En ‘history repeats itself’: opnieuw is een nieuw stuk land onttrokken aan het water. Het groene Oeverpark komt immers op een 800 meter lange strook nieuw aangelegde grond.